Teken, de ziekten die ze kunnen overbrengen en hun bestrijding.

    bos Bijna iedereen vindt het prettig om met zijn hondje af en toe eens de vrije natuur op te zoeken en een wandeling door bos, duin of hei te maken.
    Minder leuk vinden we het meestal, als die vrije natuur op haar beurt óns opzoekt om, meestal óók na een wandeling (over ons lichaam) een smakelijk hapje bloed te nuttigen. U begrijpt het al: we hebben het over dazen, muggen, teken en meer van dat gespuis.
    In al die gevallen zijn de mannetjes niet of nauwelijks schuldig en zijn het vooral de vrouwtjes die het op ons of onze hondjes hebben voorzien.
    Weten we eigenlijk wel zeker dat Dracula een mán was?

    Over één soort van die bloeddorstige dames gaat dit stukje: teken.
    Er zijn in Nederland verschillende soorten teken. Voor ons zijn die ver­schillen nauwelijks van belang. Alle teken zien er aanvankelijk uit als heel kleine spinnetjes, nauwelijks een millimeter groot.
    In dat stadium zitten ze in hoog gras, bomen of struiken te wachten op een voorbijganger. Elk gewerveld dier, dus ook mens of hond, is welkom. In dat wachten hebben ze een hoge mate van perfectie bereikt: ze kunnen zonodig meer dan een jaar zonder voedsel. Als ze geluk hebben (maar veel teken sterven de hongerdood) komt er vroeg of laat een keer een prooi voorbij, die onmiddellijk wordt opgemerkt door een verhoogde CO2-concentratie (ademhaling) en/of infrarood-straling (lichaamswarmte) en/of geur (ook als u net gedoucht hebt) en/of trilling (lopen). De teek laat zich vallen en als zij opnieuw geluk heeft (maar veel vaker gaat het mis), ziet ze kans "aan boord" te klimmen bij wat de komende tijd haar gastheer/-vrouw zal worden.
    Ze zoekt een lekker plekje (bij mensen vaak lies of oksel), bijt zich vast en begint met het nuttigen van haar maaltijd: bloed. Daarvan neemt ze een in verhouding tot haar geringe grootte enorme hoeveelheid tot zich: van het 1 millimeter grote "spinnetje" zwelt het achterlijf op tot het formaat van een forse bruine boon. Doordat haar beet volkomen pijnloos is, kan ze meestal ongestoord haar gang gaan, totdat ze verzadigd is en zich laat vallen.
    Dat bloed is de eiwit-bron voor de enorme hoeveelheid eitjes die ze vervolgens gaat leggen. Dat die hoeveelheid inderdaad enorm moet zijn zal u na het bovenstaande duidelijk zijn: de kans dat zo'n eitje uitgroeit tot een teek die zélf weer aan eieren leggen toekomt is buitengewoon klein!

    Als dit het complete verhaal zou zijn, zouden we ons om die teek niet zo druk hoeven te maken en zou het voldoende zijn om af en toe je hond (en jezelf) eens te inspecteren en een gevonden teek met een teken-tangetje te verwijderen.
    Het vervelende is echter dat een teek besmet kan zijn met een parasiet (waar hij zelf geen last van heeft), die bij mens en/of hond problemen kan geven. Om die reden moeten we de bestrijding van teken heel serieus nemen. Met name de ziekte van Lyme is van belang, maar naar aanleiding van de krantenberichten in juli 2011 noemen we ook Ehrlichiose.

    Ziekte van Lyme
    De ziekte van Lyme kan ook uw hond treffen, maar over het algemeen merken honden helemaal niets van een besmetting. Bij mensen is dat helaas anders. De ziekte kan allerlei vervelende gevolgen hebben, die ik hier niet ga noemen: als u ze krijgt komt u vanzelf bij uw huisarts terecht.
    Het is echter van groot belang en goed mogelijk die gevolgen vóór te zijn.

    Stap 1
    Inspecteer uzelf voor u naar bed gaat op teken zodra u heeft gewandeld in een gebied waar het gevaar van teken reëel is. Met een teken-tangetje (overal verkrijgbaar) of desnoods een gewone pincet is de teek te verwijderen. Twee dingen zijn van belang:
    1) irriteer de teek niet (niet nodeloos aan gaan zitten frunnikken, niet proberen te verdoven, nergens mee insmeren) en werk zo snel mogelijk.
    2) pak de teek zo dicht mogelijk bij uw huid (!) vast en probeer hem (eventueel met een licht draaiende beweging) los te trekken. Dat draaien zou kunnen helpen om een soort weer­haakjes makkelijker los te krijgen, zodat de kop niet afbreekt en dus niet blijft zitten.
    Gooi de teek niet in de WC of iets dergelijks, maar deponeer hem op een stukje plakband, vouw dat goed dicht en gooi dat in de vuilnisbak. Uiteraard werkt dat vooral goed als de teek nog niet vast zat en dus heel klein is.

    Stap 2
    Noteer de datum en onthoud waar de teek zat! Zodra er (en dat kan wéken duren!) een rode vlek ontstaat die groter wordt, is het tijd om onmiddellijk naar de huisarts te gaan.
    Soms verbleekt de vlek in het centrum, zodat de vlek een cirkel wordt.
    Van de huisarts krijgt u antibiotica, die als regel uitstekend helpen.
    Nadere info bij uw huisarts

    Maar ook als u binnen een maandje of wat griep-achtige verschijnselen krijgt: ga naar uw huisarts en vermeld uw teken-beet!

    Ehrlichiose
    De kans dat u hier mee te maken krijgt is echt uitermate klein. Maar nadat in juli 2011 een dierenarts in Dwingeloo de ziekte constateerde, werd er in de plaatselijke kranten zeer veel aandacht aan besteed. Misschien een tikkie overdreven naar de bescheiden mening van uw webmaster, want slechts twee keer eerder is er in Nederland 1 een besmetting vastgesteld.
    De eerlijkheid gebiedt om die zeldzaamheid iets te relativeren: een huisarts zal de verschijnselen van Ehrlichiose makkelijk aanzien voor de ziekte van Lyme en iemand daartegen behandelen, zodat niemand dan merkt dat het Ehrlichiose was.
    Gelukkig verschilt de aanpak van die ziekte meestal niet veel van die van de ziekte van Lyme, dus de gevolgen van de verkeerde diagnose zijn niet meteen rampzalig.

    1 In bijvoorbeeld Zuid-Europa en de VS komt de ziekte veel vaker voor.

    Preventieve maatregelen
    Ook hier is voorkomen beter dan genezen. Voor u als mens geldt: blijf op de paden en vermijd blote huid (zeker bij uw benen). Stop uw broekspijpen in uw sokken, dat geeft geen garantie, maar alle beetjes helpen.
    Voor uw hondje zijn er goede bestrijdingsmiddelen. Niet elk populair middel is automatisch een goed middel. Ook kunnen middelen goed zijn gewéést, maar is er inmiddels een beter middel. Overleg daarom eens met uw dierenarts!