• Info 1
     
    HET PATELLA-PROBLEEM BIJ DE HOND.    (door prof. F.J. Meutstege)

    Patella, normaalDefinitie: de patella (knieschijf) is een zgn. sesambeen1 in het kniegewricht. Hij zit in de pees van de grote dijspier, die middenvoor aan het scheenbeen trekt, en op die manier staan en springen mogelijk maakt.
    Om ervoor te zorgen, dat de patella tijdens de belasting (staan, lopen) van het gewricht niet naar opzij van het bot (uiteinde van het dijbeen) afglijdt, vinden we aan de voorzijde van het dijbeen een groef (trochlea), waarin de aan de onderkant wat bolle knieschijf precies past.
    Tijdens het bewegen van de knie glijdt de patella op en neer in deze groef. Aan de zijkanten wordt de patella in de groef gehouden door het gewrichtskapsel en door uitlopers van peesplaten.

    Patella, abnormaal

    Wat is nu patella-luxatie2 en wat is daarvan de betekenis voor de hond?
    Wanneer tijdens het staan of lopen de patella luxeert (van z'n plaats schiet), heeft de hond geen kracht meer in het been om het gewicht te dragen: het zakt door z'n pootje, of durft er niet meer het volle gewicht op te zetten. Daardoor toont het dier een kreupelheid. Vaak zien we, dat hierbij de tenen naar binnen zijn gedraaid en tegelijkertijd de hak naar buiten.

    Bij het optreden van patella-luxaties zijn er 2 situaties: de eerste zien we bij de opgroeiende pup - vaak nog in het nest - vanaf 4-6 weken; daar is de patella permanent van z'n plaats, en krijgt de pup geen kracht in de achterhand. In het verdere verloop zullen er vervormingen optreden van het dijbeen en het scheenbeen, alsook verkorting van de buigspieren, waardoor het onmogelijk kan worden het dier nog te behandelen.
    De tweede situatie zien we meestal bij oudere pups of volwassen dieren: hier zit de patella in rust meestal wel op z'n plaats, maar schiet eraf zodra het pootje wordt belast of gedraaid bij lopen of spelen. Hier gaat de patella dus afwisselend in en uit de kom. Na verloop van tijd treedt daardoor "slijtage" op in het gewricht en dat leidt weer tot een chronische gewrichts-ontsteking.

    Het probleem van de patella-luxatie treedt bij meerdere rassen op en is, naar algemeen wordt aangenomen, een erfelijk probleem. Het is daarom zaak voor de fokkers, dieren met dit gebrek vroegtijdig te (doen) herkennen. Deze dieren behoren niet voor de fokkerij gebruikt te worden.

    Het herkennen van dieren met een patella-probleem is soms voor een ervaren en oplettende eigenaar of fokker helemaal niet moeilijk, maar in andere gevallen hebben de dieren zich zo weten aan te passen aan hun handicap, dat alleen onderzoek door een deskundige dierenarts-orthopeed het probleem aan het licht kan brengen.
    Dit is dus één reden voor een onderzoek van fokdieren en hun nakomelingen door deskundige: het opsporen van dieren met een daadwerkelijke luxatie. De tweede reden voor een klinisch onderzoek door een deskundige is om vast te stellen of het mogelijk is om met een lichte zijwaartse druk de patella van z'n plaats te duwen, te luxeren. Dit betekent dan niet, dat de hond er last van heeft, maar wel dat de anatomie van het gewricht zo "los" is, dat de patella gemakkelijk van z'n plaats te duwen is (dit noemen we een "LUXABELE" patella.

    En wanneer we nu weten dat de anatomische vorm van het lichaam voor het grootste deel erfelijk bepaald is (het exterieur), dan laat het zich verstaan, dat men bij de keuze van fokdieren erop moet letten niet 2 dieren te combineren, waarbij de patella zo los ligt dat deze uit de groef te drukken, te luxeren is. Het risico ontstaat immers, dat er dan in de nakomelingen pups tevoorschijn komen, die een echt patella-luxatie probleem hebben.

    Hoe verloopt het onderzoek op patella-luxatie?

    Honden met een minimum leeftijd van 1 jaar worden op vrijwillige basis door de eigenaar aangeboden voor onderzoek.

    Methoden.
    De hond wordt zonder sedatie (verdoving) op een onderzoektafel onderzocht, nadat is gevraagd over eventuele klachten met lopen, nu of in het verleden, en het tatoeage- of chipnummer is gecontroleerd.

    1. Onderzoek bij het staande dier: de onderzoeker staat achter de hond en omvat met beide handen gelijktijdig de beide knieën zodanig, dat de duimen lateraal (d.i. aan de buitenzijde) op de trochlea femoris geplaatst worden, en de vingers over de patella heen de mediale zijde (d.i. de binnenkant) van de trochlea femoris palperen. Dit heeft de bedoeling om na te gaan of er een verbreding t.h.v. de trochlea aanwezig is, die zou kunnen duiden op een chronische arthrose, cq op een geluxeerde patella.
      Vervolgens wordt, terwijl de knieën beide maximaal gestrekt worden, nagegaan of door druk vanaf lateraal, cq, vanaf mediaal, de patella bij het staande dier te luxeren is naar mediaal, lateraal of in beide richtingen. De druk naar mediaal wordt uitgeoefend met de duim, die naar lateraal met de vingers.
      Tevens wordt daarbij gelet op het voorkomen van crepitatie3 in het femoro-patellair gewricht.
      Vervolgens wordt via de daarvoor geëigende handgrepen tijdens passieve buig- en strekbewegingen gecontroleerd of er pijn, crepitatie- en/of habituele4 spontane patella-luxaties optreden.
    2. Onderzoek aan het liggende dier:
      Bij het liggende dier wordt eerst opnieuw nagegaan of er tijdens buigen en strekken pijn, crepitatie of spontane luxaties voorkomen. Daarna wordt met één hand het sprong-gewricht omvat, waardoor rotatiebewegingen van de tibia mogelijk worden. Door het scheenbeen te draaien wordt er via de kniepees getrokken aan de knieschijf: naar buiten bij exorotatie en naar binnen bij endorotatie.
      In sommige gevallen zal hierbij de patella "spontaan", d.w.z. zonder zijwaartse druk, luxeren.
      Vervolgens wordt opnieuw, ook weer bij het zoveel mogelijk ontspannen dier, gecontroleerd of d.m.v. gelijktijdige rotatie en druk de patella te luxeren is uit de trochlea femoris.
       
    Criteria voor een normaal gewricht:
    1. Bij het staande dier mag tijdens passieve bewegingen geen pijn, crepitatie of spontane luxatie waargenomen worden.
    2. Bij het staande dier mag de patella niet luxabel zijn.
    3. Bij het liggende dier mag, noch tijdens de passieve bewegingen van buigen/strekken en rotatie, noch bij manuele druk de patella luxabel zijn.
       

    De bevindingen worden in een "bevindingen"-formulier genoteerd dat in eigen archief bewaard wordt voor intern gebruik.
    Aan de eigenaar wordt een schriftelijke uitslag van de bevindingen verstrekt.

    * Prof. Drs. F.J. Meutstege
    Steenen Camer 78
    3721 ND BILTHOVEN
    Tel./fax 030-2201621
    Email: meutfj@knoware.nl

    1 Een sesambeen is een verdikking, vrijwel altijd benig, in het verloop van een pees op een plaats waar deze pees voor zijn functie een (meestal zeer grote) druk uitoefent op het eronder liggende bot.

    2 Luxatie betekent ontwrichting, uit de kom schieten (in dit geval: uit de groef glijden)

    3 crepitatie wil zeggen dat het gewricht kraakt, als gevolg van het plaatselijk verlies van kraakbeen

    4 Habitueel betekent: zo nu en dan


     
  • Info 2
     
    HCN-BELEID M.B.T. PATELLA-LUXATIE.


    1. Beide ouderdieren dienen ten tijde van de dekking getest te zijn op patella-luxatie.
    2. Een kopie van de testuitslag dient binnen drie weken opgestuurd te worden aan de pupinfo.
    3. Het onderzoek is eenmalig en wordt uitgevoerd als de hond minimaal twaalf maanden oud is.
    4. In Nederland dient het onderzoek te worden uitgevoerd door een daartoe aangewezen specialist (zie bijlage 1).
    5. Onderzoeken die in het buitenland zijn uitgevoerd worden geaccepteerd indien uit het testformulier blijkt, dat dezelfde criteria zijn gehanteerd als in Nederland (dus gradatie 0 t/m 4 in linker en/of rechterknie).
    6. De fokker is gerechtigd een hertest te laten uitvoeren.
    7. Aan de uitslagen worden vooralsnog geen fokwaarden verbonden.
    8. Uitslagen worden gepubliceerd in het clubblad.


    Let op: Het bestuur raadt de (club)fokkers aan te fokken met patella-luxatie-vrije honden; indien echter één van de ouderdieren graad 1 heeft, adviseert het bestuur daar een pl-vrije partner bij te zoeken.


    De uitslag van het onderzoek

    De bevindingen (bij onderzoek in Nederland) worden in een "BEVINDINGEN PATELLAONDERZOEK"-formulier (bijlage 3) genoteerd dat met de goed leesbare kopie van de stamboom door de onderzoekende dierenarts (voorkomende op bijlage 1) wordt opgestuurd naar prof. drs. F.J. Meutstege, waar het voor intern gebruik (fokwaarde-schatting) in eigen archief bewaard wordt. De bevindingen worden in code geactiveerd voor analysedoeleinden.

    Aan de eigenaar wordt een schriftelijke uitslag van de bevindingen verstrekt (formulier UITSLAG PATELLA-ONDERZOEK), zie bijlage 2.


    Bijlage 1. Lijst van voor het patella-onderzoek erkende Specialisten Chirurgie van Gezelschapsdieren.(2009)
    Mevr. Drs. B. Brocks
    Otus Specialisten Kliniek
    Eerste Zeine 112
    5144 AH WAALWIJK
    tel.: 06-22945783
    brocks@otusspecialisten.nl

    Mevr. Drs. M.A. van Gestel
    Dierenziekenhuis Limburg
    Aldenhofstr. 11
    6191 GP NEERBEEK (LB)
    tel.: 046-4376700, uitsluitend tussen 9.30 –10.00 uur en 16.00 - 17.00 uur

    Mevr. Drs. M.H.T. Govers
    Veterinair Specialisten
    Centrum "De Wagenrenk"
    Keyenbergseweg 18
    6705 BN WAGENINGEN
    tel.: 0317-419120, fax: 0317-420480
    Tel. spr.u.: Wo. en Vr. 8.30-9.00 u. op tel. nummer 0317-421932

    Prof. Dr. H.A.W. Hazewinkel,
    Hoofdafdeling Geneeskunde van Gezelschapsdieren
    Yalelaan 8, 3584 CM UTRECHT
    tel.: 030-2539411

    Drs. H. van Herpen
    Veterinaire Specialisten Oisterwijk
    Boxtelsebaan 6
    5061 VD OISTERWIJK
    tel.: 013-5285900

    Drs. K.L. How
    Diergeneesk. Specialisten Centrum Den Haag
    Regentesselaan 190
    2562 EH 's GRAVENHAGE
    tel.: 070-3602424

    Mevr. Drs. Y. Krooshof
    Dierenkliniek "De Kerkelanden"
    Kerkelandenlaan 1
    1216 RN HILVERSUM
    tel 035-6234043, afspraken op maandag, dinsdag of donderdag.

    Drs. R.J. Maarschalkerweerd
    Medisch Centrum voor Dieren
    Spoed- en specialistenkliniek
    Isolatorweg 45,
    1014 AS Amsterdam
    tel.: 020-7400600
    www.mcvoordieren.nl
    Dr. B.P. Meij,
    Hoofdafdeling Geneeskunde van Gezelschapsdieren
    Yalelaan 8, 3584 CM UTRECHT
    tel.: 030-2539411

    Dr. B. P. Meij
    Diergeneeskundig Centrum Noord ¬ Nederland
    Espelerlaan 77
    8302 DC EMMELOORD
    Na tel. afspr: 0527-613500

    Prof. Drs. F.J. Meutstege
    Steenen Camer 78
    3721 ND BILTHOVEN
    bellen voor afspraak:
    tel.: 030-2201621 of meutfj@knoware.nl

    Mevr. drs. I.G.F. Schaeffer
    Specialisten Kliniek voor Gezelschapsdieren
    Binnenhof 3-5
    4286 BX ALMKERK
    Tel.: 0183-404714

    Dr. L.F. H. Theijse, Hoofdafdeling
    Geneeskunde van Gezelschapsdieren
    Yalelaan 8, 3584 CM UTRECHT
    tel.: 030-2539411,
    op donderdag telefonisch spreekuur van 16.30-17.00: 030-2531696.

    Drs. C.D. van Zuilen
    Diergeneeskundig Orthopedisch Centrum Amsterdam
    Rietwijkerstraat 27
    1059 VV AMSTERDAM
    tel.: 020-6175200
    fax: 020-6175217



    Bijlage 2. U I T S L A G P A T E L L A O N D E R Z O E K

    Naam hond : . . . . . . . . . . . . .

    Ras: Havanezer Geslacht: reu / teef

    Geboorte datum : . . . - . . . - . . .

    NHSB nummer :

    Tatoeage/chip nummer:

    Vader :

    Moeder :

    Eigenaar :

    Bij klinisch onderzoek van bovenstaande hond op . . . . . . (datum) werd

    [ ] geen aanwijzing gevonden voor het bestaan van een patella-luxatie: (Patella "vrij").

    [ ] vastgesteld1 dat de horizontale verschuifbaarheid van de patella (links en/of rechts) vrij groot is (naar binnen [en] buiten), deze is echter niet uit de groef te disloceren.

    [ ] vastgesteld, dat de patella (links en/of rechts) niet voldoende stabiel in haar groef op het dijbeen zit. Zij is door draaien aan het scheenbeen en/of door zijwaartse druk te disloceren naar buiten en/of naar binnen. Er is sprake van een patella-luxatie Graad 1.

    [ ] vastgesteld, dat de patella (links / rechts) bij beweging, tijdens het staan of lopen spontaan (af en toe /regelmatig) van haar plaats schiet naar binnen / buiten. Er is sprake van een patella-luxatie Graad 2.

    [ ] Bijzonderheden: (o.a. Graad 3 of 4, of evt. operatie, cq. artrose (bv. VKB?)

    . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    Opgemerkt dient te worden, dat het bovenstaande dier werd onderzocht in het kader van een inventarisatie binnen het ras, en dat vooralsnog over de wijze van vererving onvoldoende bekend is, om te kunnen zeggen dat er bij het fokken met normale (“vrije”) dieren geen patella-luxatie kan optreden bij de nakomelingen.

    . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (ondertekening)

    Naam dierenarts: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . te . . . . . . . . . . . .
    Specialist Chirurgie van Gezelschapsdieren


    1 Vermelding gebeurt alleen ter documentatie, heeft geen betekenis voor fokadvies.



    Bijlage 3. BEVINDINGEN PATELLA ONDERZOEK
     
    Onderzoek werd verricht door: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . te . . . . . . . . . . . . . Hij/zij verklaart het tatoeage/chip-nummer van de hond gecontroleerd te hebben: en in orde bevonden / dit nummer was niet leesbaar (doorhalen hetgeen niet van toepassing is).
    (Handtekening). . . . . . . . . . . .

    Naam hond :
    Ras : Geslacht: reu / teef
    NHSB nummer:Tatoeage / chip nummer:Uitslag code:
    Naam Vader :
    Naam Moeder :
    Eigenaar : te (woonplaats)
     
    ANAMNESE (vraag aan de eigenaar):
    Ooit klachten gehad bij het lopen?neen/ja:
    Heeft U aanmerkingen op het gangwerk (gehad)?neen/ja:
     
    STAAND ONDERZOEK:
    Patella op haar plaats?Links:ja/neen
    Rechts:ja/ neen
    Patella te luxeren?Links: neen/ja -> lat.-med.
    Rechts :neen/ja -> lat.-med.
     
    LIGGEND ONDERZOEK:
    LINKER KNIE: hond is . . .. . . . . . . . gespannen
    Patella in de trochlea?ja/ neen --> lat. - mediaal
    Patella over rand te drukkenneen/ja --> lat. - mediaal
    met/zonder rotatie
    Patella alleen door torsie van de tibia al luxabel?Neen/ ja --> lat. - mediaal
    Crepitatieneen/ja
    Crista midden voor?ja/neen
    RECHTER KNIE: hond is . . . . . . .gespannen.
    Patella in de trochlea?ja/ neen --> lat. - mediaal
    Patella over rand te drukkenneen/ja --> lat. - mediaal
    met/zonder rotatie
    Patella alleen door torsie van de tibia al luxabel?Neen/ ja --> lat. - mediaal
    Crepitatieneen/ja
    Crista midden voor?ja/neen

    Overige bijzonderheden: (los maar niet luxabel, operatie, VKB / artrose etc... . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    C O N C L U S I E : (patella vrij, Li/Re graad 1 of 2, naar med en/of lat. etc.) . . . . . . . . . . . .

    Ondergetekende, eigenaar/hoeder van bovenstaande hond, verklaart dat de voor onderzoek aangeboden hond de hierboven beschreven hond is, dat hij/zij bekend is met de door de rasvereniging gestelde regels, en toestemming geeft om de resultaten van het onderzoek te gebruiken voor het officiële fokprogramma.

    (ondertekening): . . . . . . . . . . . . . .(datum) . . . . . . . . .

    [(kopie van) dit formulier + kopie stamboom opsturen naar Meutstege]
     

     
  • Info 3

    FOKWAARDE SCHATTING (FW)    (door prof. F.J. Meutstege)

    Het begrip fokwaardeschatting stamt uit de veehouderij. Wanneer men de "prestaties" van dieren (melkgift en/of kilo's vet of eiwit in de melk op jaarbasis, voedselrendement in de mestdierhouderij, etc.) als factoren met een erfelijke achtergrond beschouwt, kan men deze "prestaties" als een actuele nummerieke waarde (d.w.z. in een getal uitgedrukt) voor de helft als eigenschap toerekenen aan elk van de ouders, voor een kwart aan elk van de vier grootouders, voor een achtste aan elk van de overgrootouders, etc.

    Men kan nu bij een bepaald dier nagaan van hoeveel der nakomelingen dergelijke prestaties zijn gemeten, en in welke generatie-verhouding deze nakomelingen stonden tot het betreffende dier.

    Door deze gemeten prestaties te relateren aan het gemiddelde in een bepaalde groep dieren (populatie), kan men berekenen of de gemiddelde waarde van de prestaties van de nakomelingen van één bepaald dier beter of slechter is dan het gemiddelde van de gehele gemeten groep.

    In de hondenfokkerij is het slechts bij uitzondering mogelijk een prestatie in een gemeten getal uit te drukken (tijden op de renbaan bijv.). Toch kan men hier het systeem van fokwaardeschatting voor een groot aantal eigenschappen toepassen.
    We denken dan aan eigenschappen, waarnaar een systematisch onderzoek gedaan wordt, op een uniforme wijze, en waarbij het mogelijk is de resultaten in een schaal vast te leggen (van "goed" = normaal via "licht afwijkend" tot "sterk afwijkend"').
    Deze subgroepen kan men een (arbitraire) nummerieke waarde geven, bijv. 100 voor "normaal", en dan in 4 stappen tot zeer abnormaal. De schaal wordt dan bijvoorbeeld 100 - 150 - 200 - 250 - 300. Een score 100 is dan het meest gewenst, en het meest ongunstig is in dit geval 300.
    Als nu het gemiddelde van alle onderzochte dieren (dat overigens een maat geeft voor de situatie in een populatie) omgerekend wordt naar 100, dan zullen de dieren met heel goede nakomelingen (voor een bepaalde gemeten eigenschap) uitkomen op een getal dat lager is dan 100 (bijv. 95), terwijl dieren met minder goede nakomelingen voor die eigenschap uitkomen boven de 100 (bijv. 105).

    In de hondenfokkerij in Duitsland wordt thans door meerdere rasverenigingen voor meerdere erfelijke eigenschappen (o.a. heupdysplasie1, schotvastheid) gebruik gemaakt van dit systeem van relatieve fokwaarde-schatting.
    Als voorbeeld van de effectiviteit moge worden gerefereerd aan de HD-bestrijding bij Hovawarts in Duitsland (Beuing2): onder het oude HD-regime (alleen fokken met HD-vrij en HD-Tc) stagneerde de groei van het aantal HD-vrije dieren op circa 85%. Na toepassing van de fokwaarde-schatting steeg het percentage HD-vrij dieren in een paar jaar tot 95.

    Men kan de FW-schatting toepassen op allerlei ongewenste eigenschappen: HD, ED, patella-luxatie, etc. Maar ook voor gewenste eigenschappen (o.a. ervaringen met schotvastheid bij de Duitse jachtterrier).

    De praktijk van de FW-schatting verloopt als volgt:
    1. Een rasvereniging besluit het systeem te gaan toepassen voor de erfelijke afwijking (of aanleg voor) "A". Van alle fokdieren, en tevens van zo veel mogelijk nakomelingen wordt het resultaat van onderzoek op eigenschap "A" in een database met stamboomgegevens ingevoerd. Op deze wijze komt de "pool" met referentiewaarden tot stand, om het gemiddelde in het ras (of de sub-populatie) te kunnen berekenen. Dit is dus een fluctuerend getal, dat in de tijd licht zal variëren (onder invloed van steeds meer toegevoegde "metingen").

    2. Vervolgens kan men van een bepaald dier "X" nagaan of dit dier ooit voor deze eigenschap onderzocht is, en hoe daarvan de uitslag was. Maar ook hoeveel nakomelingen (en in welke graad) hierop onderzocht zijn en wat daarvan de resultaten waren.
    Zo kan men de relatieve fokwaarde (FW) van dier "X" berekenen met betrekking tot eigenschap "A".
    Indien er (nog) geen nakomelingen zijn, kan men ook voor de ouderdieren en/of groot- en overgrootouders narekenen hoe de FW is. Op die wijze krijgt men een goede indruk hoe het in "die bloedlijn" met eigenschap "A" gesteld is3.

    3. Wanneer nu dier "X" een FW = 120 heeft voor eigenschap "A" (dus slechter is dan het gemiddelde in het ras) en men toch dit dier wil gebruiken om te fokken (om andere zeer goede eigenschappen niet voor het ras te verliezen) moet men voor dit dier bij voorkeur een partner zoeken met een FW voor eigenschap "X" lager of gelijk aan 80 (zie voorschriften VDH op Internet).
    Omgekeerd: als een dier "Y" een FW = 80 heeft, kan men bij de keuze van een partner het liefst een dier zoeken met een FW kleiner of gelijk aan 100, maar evt. een FW = 120 accepteren.

    Dit systeem van fokwaarde-schatting biedt de mogelijkheid om op objectieve wijze rekening te houden met gewenste of ongewenste eigenschappen in bloedlijn.

    Voor het kenmerk patella-luxatie werden in Nederland tot dusverre van 2014 dieren de resultaten van onderzoek in een database ingevoerd. Het beleid van de Flatcoated Retriever Club m.b.t. patella-luxatie was, dat in elk geval de ouderdieren onderzocht moesten zijn om voor begeleiding in aanmerking te komen, en dat naast combinaties van "patella-vrije" dieren hoogstens één der ouderdieren "patella graad 1" mocht hebben.
    Dit regime heeft in de afgelopen 10 jaar tot een geleidelijke daling van de gemiddelde fokwaarde in dit ras geleid (zie grafiek 1).
    Te verwachten is dat door een actieve toepassing van het FW programma de resultaten nog sneller zullen verbeteren: nu heeft in de door mij onderzochte groep dieren nog bijna 2 procent echt problemen met het lopen (kreupel of al geopereerd).

    Door niet alleen rekening te houden met het resultaat van onderzoek bij één dier, maar ook met dat van de nakomelingen, moet de patella-situatie binnen de Flatcoated Retriever Club in enkele jaren met relatief weinig moeite aanzienlijk te verbeteren zijn, mits een voldoende groot aantal der nakomelingen onderzocht kan worden.

    1 De VDH heeft sinds kort een zeer strak pakket maatregelen. Te vinden op Internet: www.schaeferhund.de

    2 Litteratuur: Dr Reinier Beuing: Fokwaardeschatting in de hondenfokkerij. In: De Duitse herdershond ... Volop in beweging. Uitg. Ver. Fokkers en Liefhebbers van Duitse Herdershonden VDH 1e druk 1998. ISBN 90-9011626-5

    3 eigenlijk is dit informatie die veel fokkers al uit hun ervaringen opgedaan (zouden moeten) hebben